De wonderen der hospiteren

Mijn schoenen lijken met de stap meer geluid te maken op dit verharde pad richting de grote flat die voor me staat. Ik loop stug door, alsof ik precies weet welke kant ik op moet. Achter me hoor ik mijn vader wegrijden en ik realiseer me dat ik echt geen flauw benul heb waar ik heen ga, maar dat ik er toch echt in mijn eentje achter zal moeten komen. Terwijl ik driftig om me heen kijk, haal ik mijn iPhone tevoorschijn en open de Kamernet app: de app die het meest aan vleeskeuring doet op Tinder na. Ik scroll door mijn conversaties en probeer me te herinneren op welk adres ik nu ook alweer sta. Oja. Ik druk met enige aarzeling op de bel. Er wordt opgenomen door een lacherige stem en ik vraag me meteen af of ik niet om zal draaien en gewoon weer naar mijn veilige thuishaven zal gaan. De stem onderbreekt mijn gedachten. “Kom je voor de hospiteeravond?” Ik knik, realiseer me dan dat het geen videobellen is en als ik mezelf de hele avond als zo’n loser zal gedragen zal ik over anderhalf uur ook weer als een kamerloze loser buiten staan. “Ja!” klinkt mijn stem enthousiast. Nu ik nog.

Het eerste wat ik zie als ik het gebouw in stap zijn bergen (ja, echt bergen) reclameflyers die genadeloos vertrapt zijn door modderige sneakers van luie studenten. Ik stap stug door. Bij de eerste hal verlies ik mijn oriëntatiegevoel al compleet dus besluit ik mijn eigen tactiek te gebruiken: ik ruk aan elke deur die ik zie tot er eentje open gaat. Het werkt. Ik kom in een andere hal, waar in de hoek twee jongvolwassenen met een libido nog groter dan mijn ongemakkelijkheid elkaar intens en intiem aan het aflebberen zijn. Ik wil eigenlijk vragen of ze weten waar de lift is, maar ze wekken de indruk hun tong liever voor andere dingen te gebruiken dan praten, en wie ben ik dan om dat te verstoren? Ik besluit weer aan elke deur te zitten en kom in een krakkemikkerige lift terecht, die mij al zeurend naar de twaalfde verdieping takelt. Als ik uitstap volg ik simpelweg het geluid van studenten gecombineerd met de geur van 3 dagen oude afwas en lege bierflesjes. Is dit mijn nieuwe thuis?

Als ik de geïmproviseerde fusie met bureaustoelen en bierkratjes binnenstap zit de sfeer er al flink in. We zijn begonnen met het voorstelrondje en mijn mede-hospitanten proberen met een overtuigende dosis enthousiasme te vertellen hoe vreselijk interessant hun leven wel niet is, hoe gezellig ze wel niet zijn, wat voor extreme sporten ze allemaal gedaan hebben en vooral hoe goed dit huis wel niet bij hun past. Als de beurt aan mij is volgt de anti-climax voor elke hospiteeravond: Hoi, ik ben Kelly, 18 jaar. Ik ben aankomend studente taalwetenschap, aspirant-lid van Catena (nuttige toevoeging als je een kamer wilt krijgen: nee, ik ben niet zo’n alto die elke ochtend op volume 40 metal zal draaien en nee, ik ben echt niet eng, ik ben best lief) en verder hou ik voornamelijk van series kijken. Sporten doe ik niet, want daar ben ik niet voor geschapen, en ja: ik ben best gezellig. Ook vóór die krat bier die jullie bij iedereen naar binnen willen proppen voor een gezellige avond. Oja, en ik vind studeren en leren leuk. Het feit dat ik nog geen kamer heb zegt misschien wel iets over hoe deze introductie over het algemeen werkt, maar ik weiger een hielenlikker te worden die zich precies voorstelt zoals deze mensen willen dat je je voorstelt.

Na wat geïmproviseerd gelul over feesten en bier zuipen, opscheppen over het skippen van colleges en kramp in je lachspieren krijgen van het ‘enthousiast overkomen’ is het tijd voor de huisgenootjes om zich te beraden over wie de gelukkeling is die deze avond verlaat met een kamer op zak. Er wordt me op het hart gedrukt dat het echt geen persoonlijke aanval is als je de avond vroegtijdig moet verlaten, er moet nu eenmaal gekozen worden. Ik voel me alsof ik deel ben van een talentenshow waar iedereen om me heen een cool instrument bespeelt en ik de persoon hélemaal achterin ben met een ienieminie klein triangeltje (no offence naar triangelspelers overigens, jullie rocken).

Anderhalf uur later sta ik buiten, als een kamerloze loser. In de auto naar huis overtuigt mijn vader mij er van dat het flat volgens internet toch niks is en ik ratel maar door over hoe ik niet in het huis zou passen. Thuis pak ik mijn laptop erbij, klaag wat op twitter, en open vervolgens Kamernet om mijn standaard cv’tje naar wat nieuwe kamers te versturen. Morgen weer een dag. Ah, de wonderenwereld van het hospiteren.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *