Delft.

Bier. Oneindig bier. Teveel bier.

De walm van een goede nacht vol met slechte beslissingen blijft in mijn zwarte leren jas hangen. Als symboliek rits ik hem dicht tot de kraag mijn nek compleet omhelst. Ssst, jas. Niets doorvertellen. Delft schittert niet op vrijdagochtenden, Delft lijkt te treuren dat het weer ochtend is geworden. Mijn haar zit zoals ik het vannacht kundig uit mijn gezicht geveegd heb, mijn makeup ook – maar dan negatief gezien. Als ik door mijn haar woel voel ik opgedroogde stukjes bier en als de wind er zachtjes doorheen waait lijkt het alsof er pal voor mijn neus 20 sigaretten worden opgerookt. Mijn telefoon geeft mij zijn laatste beetje leven terwijl de ochtendmensen om mij heen pas net met hun leven lijken te beginnen. Het is 7 uur ‘s-ochtends. Ik sluit mijn ogen en probeer mijn opkomende kater vakkundig uit mijn lijf te jagen, maar ik weet dat hij er aan komt. Net als mijn trein terug naar Leiden. Ik wilde proberen om de medemens niet te laten zien dat ik net van een bank in een café gerold ben, maar de geniepige glimlach van de meneer in pak tegenover me zegt mij genoeg. Intussen is mijn telefoon ermee opgehouden, en dat ga ik ook zo doen. Glimlachend kijk ik door het raampje naar de voorbij razende bomen in de schemering van de ochtend. Ik ben moe gespeeld, maar zo gelukkig.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *