Een ode aan mijn (t)huis

Een van de eerste dingen die ik leerde toen ik twee jaar geleden in een studentenhuis in Leiden ging wonen, was dat het verboden is om je ouderlijk huis je thuis te noemen. Toen ik net was verhuisd stond ik nog steevast elke vrijdagmiddag met een net iets te grote koffer gevuld met vuile was mijn kamerdeur op slot te draaien. Achteraf was die wekelijkse koffer overigens een beetje hetzelfde als die dubbeldekker Eastpak die je in groep 8 altijd aangeraden kreeg voor de middelbare school door die ene vrolijke verkoopster bij de V&D, maar die je vervolgens na je brugklasjaar al in de container wilde dumpen omdat niemand die tas echt nodig had. Als een huisgenoot dan vroeg waar ik naartoe ging en ik daarop zeer naïef antwoordde met: ‘ik ga naar huis’, is de enige juiste response die ik daarop te horen kreeg: ‘naar huis? Maar je bent al thuis’. Het verschil tussen thuis en thuis-thuis was geboren.

Schermafbeelding 2015-04-11 om 14.16.15

Gisteren, bijna twee jaar na dato, schreef ik vanaf thuis-thuis naar mijn thuis dat mijn thuis naar een ander huis gaat verhuizen. In andere woorden: gisteren vertelde ik mijn huisgenoten dat ik het studentenhuis ga verlaten. En ik weet niet zo goed waarom ik dat gegeven zo fascinerend vond dat ik ongeveer twintig minuten heb gedaan over het opstellen van dat mailtje, maar het voelde als iets wat ik op die manier moest doen. Dat studentenhuis, dat huis dat ik deel met 19 huisgenoten, het huis waarover ik meerdere keren geschreven heb en waar ik de gekste dingen heb meegemaakt, het huis dat mij (soms iets te enthousiast) kennis heeft leren maken met het studentenleven is het thuis dat ik nu ga verlaten. Ik laat 19 leuke mensen, een hoop mooie herinneringen, honderden fruitvliegjes en enkele muizen achter en vertrek naar een nieuw huis zo’n 500 meter verderop waar deze dingen hoogstwaarschijnlijk nog ontbreken.

En toch mag ik dat nieuwe huis nog lang geen thuis noemen. Thuis is de plek waar ik schaamteloos met mijn sokken in mijn blauwe mannen Adidasslippers met streepjespatroon door het huis kan sjokken, in een badjas van mijn moeder en met mijn haar in zo’n knot die nonchalant moet overkomen, maar eerder overeenkomsten heeft met een hooibaal na een slechte grap in tekenfilms. Thuis is de plek waar mensen weten dat als ik ’s middags rond een uur de waterkoker aanzet dat betekent dat ik weer eens droge pasta als lunch ga eten, en daar geeneens meer commentaar op leveren. Thuis is de plek waar ik zo graag heen wil maar toch vermijd als ik dat laatste drankje achterover heb getikt en mijn vrienden mij proberen te overtuigen om écht nog even te blijven. Thuis voel ik me goed, en ik ben ontzettend benieuwd hoe snel mijn nieuwe huis mijn thuis zal gaan worden.

Tot die tijd is dit een ode aan mijn thuis. Het huis met prachtige kerstdiners, sinterklaasgedichten die nog steeds een beetje pijn doen, huisweekenden met 18 lege flessen drank, fusiedixo’s waar je u tegen kunt zeggen, huisgenoten tegen wie je altijd kunt zeiken over je dagelijks leed en alle escalatiemomenten die ik nooit had meegemaakt als ik mij daar nooit thuis had gevoeld. Misschien soms wel een beetje té thuis. Dus dankjewel, liefste huis. Ik ga jullie stiekem best wel een beetje missen. ‘Home is where the heart is‘ zou Xenos hier wijselijk op zeggen, maar vooralsnog is home voor mij where the fruitvliegjes, muizen en huisgenoten are.

12803084_1043373159068926_7488528195172817926_n

(En nu weer oprotten met je geslijm, Kelly)

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *