Biechten.

Ik denk dat ik verliefd op hem ben. Tot over mijn oren, al een hele poos, maar ik heb het bestaan ervan een lange tijd ontkend. Altijd als hij geweest is verlang ik naar een hele lange tijd zonder, tot ik aan het begin van een rustige avond besluit dat er niks of niemand is waar ik meer naar verlang. Altijd als ik hem kom opzoeken staat hij daar genadeloos om de hoek, nonchalant als altijd, omdat hij weet dat ik toch altijd naar hem op zoek zal zijn. Hij wekt een niet te ontkennen begeerte in me op waar hartstocht niet eens de lading van dekt.  Als ik iets te vieren heb is hij de eerste waar ik naar toe stap, als alles tegen zit is hij de eerste met wie ik het wil delen. Hij weet op een manier altijd de angsten van mijn schouders af te blazen met het allergrootste gemak.

Mijn vrienden zijn ook dol op hem, dat weet ik wel. Al lang, ook. Soms maken ze zich wel eens zorgen om zijn rol in mijn leven. ‘Of ik niet te afhankelijk word’. Ik claim dat ik precies weet waar ik mee bezig ben, ik ben toch een volwassene? Hij is met mij meegegroeid en het lijkt wel of we door de jaren heen meer met elkaar verstrengeld zijn geraakt dan ik ooit had kunnen denken, als een boom wiens takken jaren onbelemmerd in al hun vrijheid en glorie mochten groeien hoe ze dat ook maar wilden. Mij werd altijd verteld dat je dat in je jonge jaren mocht doen en dat ik er van moest genieten zolang het nog kan zonder grootse gevolgen.

Vaak heb ik gewenst dat mijn gevoelens voor hem zouden wegebben. Ik heb lang het bestaan ervan ontkend, vooral tegenover mijn ouders. Zij hebben mij altijd behoed voor dit soort types. Denk ook niet dat ik nooit heb geprobeerd om hierover met hem te praten, maar praten is gewoon niet altijd mijn allersterkste punt geweest, en erg spraakzaam is hij ook niet. In mijn hoofd heb ik het al talloze keren uitgemaakt, op weg naar een beter bestaan voor ons allemaal, voor mijn toekomst, maar elke glimp die ik van hem opvang sleept me moeiteloos terug naar het dal waar hij me ooit in flikkerde. Ik heb al scheldend gebeden dat ik hem nooit had ontmoet, maar de break-up seks is altijd lekkerder als je elkaar een tijdje niet gezien hebt. En het mag dan misschien een foute keuze zijn, het is de mijne, en soms heb ik behoefte aan zo’n keuze.

Ik denk dat ik verliefd op hem ben. Of op haar. Ik weet niet zo goed of ik in mijn eerste zinnen sinds tijden meteen over genderrollen wil gaan speculeren. Voor nu noem ik het een hem. Het ding waar ik verliefd op ben.

Verliefd zijn is niet iets wat ik snel ben, maar de complexiteit van deze verstandhouding en mijn continue relatie met hem geven mij genoeg teken dat het wel een verliefdheid moet zijn. Als hij er is is mijn concentratie in geen velden of wegen te bekennen, na zijn komst voel ik nog urenlang de nare leegte in mijn hoofd en de droogte in mijn mond. Onze identiteiten zijn gemêleerd en onlosmakelijk met elkaar verbonden. Ik moet er vrede mee sluiten. Dit is het moment. Voor een ieder die hier al een lange tijd op zit te wachten: dit is mijn biecht.

 

Ik ben verliefd op jou, alcohol.

One Comment

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *