22.

Als jullie dit lezen ben ik mijn drieëntwintigste levensjaar ingegaan. Toen ik uitgebreid wilde gaan zitten voor het traditiegetrouwe verjaardagsstukje op dit stuk internet, dacht ik heel even dat tweeëntwintig worden niet zoveel boeiends met zich meebracht. Je krijgt er immers niks extra’s voor terug, hoogstens wat meer druk van je omgeving om wat van je leven te gaan maken. Je bent immers al een tijdje geen tiener meer en volwassen worden had je in je tweeëntwintigste levensjaar al moeten leren. Althans, die indruk krijg ik af en toe als ik om me heen kijk.

Vroeger was elk jaartje extra extreem magisch, want hoe ouder hoe wijzer. Toen ik zestien werd voelde ik vooral puberale hormonen, dus hoogstwaarschijnlijk vond ik verjaren toen stom. Achttien worden was spectaculair, want opeens mocht ik allemaal toffe dingen zoals stemmen op partijen waar ik mij destijds nog niet in interesseerde en sterke drank drinken waar ik later iets te verslingerd aan zou raken. Eenentwintig was groots, want toen werd ik volgens allemaal verzonnen regeltjes officieel onafhankelijk. Tweeëntwintig brengt je niks, net als alle leeftijden die je hierna nog mag bereiken. Behalve vijfenvijftig, want dan mag je opeens met korting naar de dierentuin enzo. Alsof je daarop zit te wachten in je midlifecrisis.

Ik kan nog niet helemaal goed beseffen dat ik ouder word en dat er bepaalde verantwoordelijkheden en verwachtingen bij de nieuwe leeftijd horen. Zo schrik ik nog steeds als ik lees dat leeftijdsgenoten zwanger zijn of gaan trouwen, terwijl dat op onze leeftijd wellicht wat aan de vroege kant, maar zeker niet meer per definitie ongewenst is. En zo heb ik ook vele leeftijdsgenoten dit jaar hun masterdiploma zien halen terwijl ik deze week nog heel trots was op een mailtje van het Instituut voor Wijsbegeerte dat ik over twee weken mijn propedeuse in ontvangst mag nemen.

Ik vond dit levensjaar maar bewogen. Schrijven heb ik genoeg gedaan, in alle achthonderdmiljoen notitieboekjes die ik bezit. Ik heb stukjes geschreven over geluk en stukjes geschreven over verdriet. Geen van allen hebben het wereldwijdeweb ontmoet . Maar een nieuw levensjaar vraagt wellicht ook wel om een nieuwe versie van jezelf. Ik walg van mezelf omdat ik deze tekst net daadwerkelijk uit mijn vingertoppen heb gekregen, maar ik heb besloten om de groeiende verantwoordelijkheid van het ouder worden op een goede manier te gebruiken.

Het is afgelopen met het eeuwige negatieve gezeik, ook hier op dit stuk internet. Ik heb het gevoel dat ik alleen kan schrijven als mijn leven door een afvoerputje het riool inloopt en dat vind ik stom. Dus wil ik het vaker doen. Ook als het gewoon goed gaat, zoals nu. Want dat gaat het. Soms per ongeluk zelfs een beetje stabiel.

Vandaag wordt sowieso alles positief. Ik ben namelijk jarig. Ik ga iedereen vandaag huppelend vertellen dat ik tweeëntwintig jaar geleden opeens het licht zag, als ik toch even een filosofisch Plato’s Grot vergelijkingsgrapje mag maken. Vieren dat het al tweeëntwintig jaar een feestje is. En misschien, heel misschien, is dit besef wel een heel mooi ding dat tweeëntwintig worden met zich meebrengt.

 

PS: vandaag luister ik afwisselend alleen maar hier naar:

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *